Financiële haalbaarheid

Grootschalige productie van groene waterstof levert concurrerende prijzen van 2-3 euro/kg

Rabobank heeft een concept financieel model opgesteld om de financiële haalbaarheid voor de bouw en exploitatie van twee elektrolyse en twee biomassavergassing centrales (van elk 500 MW) te beoordelen.

 

De veronderstellingen van het model zijn verstrekt door partijen die betrokken zijn bij het project ‘Green Hydrogen Economy’ en zijn niet getest noch extern gevalideerd. Extra due diligence wordt aanbevolen zodra er meer gedetailleerde informatie beschikbaar is over contracten en de onderliggende kasstromen. Het model gaat uit van een financiering met beperkte zekerheden, met een lange looptijd (tot 20 jaar) en relatief hoge hefboom (60%). Om een dergelijke structuur te faciliteren is het noodzakelijk om kasstromen te contracteren met ervaren, kredietwaardige en betrouwbare tegenpartijen. Risico’s verbonden aan de bouw, productie, afname (prijs en de hoeveelheid waterstof) en grondstof aanbod (prijs, kwaliteit en hoeveelheid elektriciteit en getorrificeerde biomassa) moeten worden gealloceerd aan die partijen die het best in staat zijn om de relevante risico’s te beoordelen en te managen. Daarnaast is het op grote schaal toepassen van elektrolyse en vergassing van biomassa voor de productie van waterstof nog geen bewezen technologie. Voldoende trackrecord zal moeten worden opgebouwd waarbij elk project in baseload kan opereren (met navenant hoge efficiëntie, beschikbaarheid en schaalvoordelen). En van partijen als Gasunie en Groningen Seaports wordt aangenomen dat zij zullen investeren in de benodigde aanpassingen van de bestaande aardgasinfrastructuur en het geschikt maken van de havenfaciliteiten. Aangenomen wordt dat deze investeringen verdisconteerd zullen worden als operationele kosten, wat gebruikelijk is in soortgelijke situaties van andere vormen van (duurzame) energieproductie.


 

Gemini offshore windpark, in aanbouw Gemini offshore windpark, in aanbouw


De winstgevendheid van het project en onderliggende kasstromen zijn zeer afhankelijk van de sterke correlatie tussen de omzet door verkoop van waterstof en de inputkosten (i.e. elektriciteit en biomassa). Een dergelijke sterke correlatie zal daarom moeten worden ingebed in het project en de onderliggende financiële structuur en vormt daarmee een voorwaarde voor de beoordeling van de financiële levensvatbaarheid van het project als geheel. Uitgaande van die correlatie in combinatie met een rente van 4%, een DSCR (Debt-Service Coverage Ratio) van 1,5x en een hefboom van 60%, laat het model zien dat de uitstaande schuld in de meeste scenario’s kan worden terugbetaald binnen de veronderstelde economische levensduur van ongeveer 20 jaar. Zoals hieronder afgebeeld, ondersteunt het model de initiële aanname dat een elektriciteitsprijs van €20 tot 30 per MWh en een prijs van getorrificeerde biomassa van circa €8 per GJ voldoende is om waterstof te produceren voor circa 2 tot 3 euro per kg. Rabobank heeft begrepen dat een waterstofprijs op dit niveau een basis biedt om lange termijncontracten met externe partijen af te sluiten en kan daarmee concurreren met waterstof geproduceerd op basis van aardgas.


 

Elektrolyse

Voorbeeld kostenopbouw van waterstof (elektriciteit: 25 EUR/MWh, EUR/kg)

Biomassa vergassing

Voorbeeld kostenopbouw van waterstof (getorreficeerde biomassa: 8.3 EUR/GJ, EUR/kg)



 

Magnum elektriciteitscentrale, van brandstof voorzien  door groene ammoniak-waterstof Magnum elektriciteitscentrale, van brandstof voorzien door groene ammoniak-waterstof